Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
(hierna ook: [eiseres] ),
1.Inleiding
- per 4 april 2018 arbeidsongeschikt geacht in het kader van de ZW;
[eiseres] is in persoon verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
2.Beroepsgronden van [eiseres]
- een brief van 30 april 2019 van [A] , reumatoloog;
3.Beoordeling door de rechtbank
- vanwege fibromyalgie dienen bij hand- en vingergebruik de handgrepen bolgreep en cilindergreep te worden beperkt tot maximaal vier uren per dag;
- als bij het duwen en trekken waarbij lichaamsgewicht kan worden gebruikt slecht 10 kg kan worden opgewekt, dan bedraagt het tillen en dragen maximaal 5 kg;
- slaapkwaliteit moet in combinatie met chronische pijnklachten leiden tot verdere bijstelling van de belastbaarheid in uren dan wel in de zwaarte van de beperkingen;
- werk in de avond moet worden voorkomen.
- uit lichamelijk onderzoek bleek dat zowel de bol- als cilindergreep mogelijk was en daarvoor hoefden geen beperkingen in de FML te worden aangenomen;
- er wordt door [B] geen medische onderbouwing gegeven voor het standpunt dat het dragen moet worden bijgesteld naar 5 kg. Er is geen medische grond, ook niet op basis van fibromyalgie, om daarin mee te gaan gelet op de al in de FML aangenomen beperkingen;
- in de FML zijn de energetische beperkingen verdisconteerd in de andere rubrieken van de FML. Pas als de energetische beperkingen vanuit medische optiek niet voldoen, kan aanvullend een urenbeperking worden gegeven mits iemand voldoet aan één of meerdere criteria daarvoor zoals genoemd in de ‘Standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid’, namelijk 1) energetische redenen, 2) op basis van beschikbaarheid (bijvoorbeeld dagtherapie), 3. om een preventieve reden. In het geval van [eiseres] is geen sprake van één van die criteria.