ECLI:NL:RBMNE:2021:1127
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden en spoedeisend belang
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen een besluit van de burgemeester van Hilversum dat deels haar bezwaren tegen eerdere besluiten gegrond en deels ongegrond verklaarde.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster in het verzoekschrift geen gronden van het verzoek heeft vermeld, ondanks een herstelmogelijkheid. Tevens heeft verzoekster het spoedeisend belang niet onderbouwd.
Op grond van artikel 8:83 lid 3 en Pro artikel 8:81 lid 4 Awb Pro in samenhang met artikel 6:5 Awb Pro is het noodzakelijk om gronden en spoedeisend belang te vermelden. Het ontbreken hiervan leidt tot niet-ontvankelijkheid van het verzoek.
De rechter wijst het verzoek dan ook af zonder inhoudelijke behandeling en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden en spoedeisend belang.