ECLI:NL:RBMNE:2021:1138
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verklaring voor recht over urenomvang arbeidsovereenkomst en loonvordering
Eiseres vorderde een verklaring voor recht dat haar arbeidsovereenkomst vanaf 1 januari 2020 een omvang had van 30,13 uur per week, gebaseerd op de gewerkte uren in de periode oktober 2019 tot januari 2020, en betaling van achterstallig loon en vakantiebijslag. De Stichting betwistte dit en stelde dat de extra uren in die periode een proefperiode betroffen, waarna een evaluatie zou plaatsvinden.
De kantonrechter stelde vast dat partijen een arbeidsovereenkomst hadden voor 52 uur op jaarbasis met oproepmogelijkheid, en dat het feitelijk aantal gewerkte uren lager was, gemiddeld 13,71 uur per week. De extra werkzaamheden voor de financiële administratie vanaf oktober 2019 tot januari 2020 werden door eiseres als basis voor een hogere arbeidsomvang opgevoerd, maar de kantonrechter vond dat er geen overeenstemming was over aanpassing van de arbeidsovereenkomst. De correspondentie en het staken van werkzaamheden door eiseres wezen op een meningsverschil en het ontbreken van bindende afspraken.
Daarom kon het wettelijk rechtsvermoeden dat de arbeidsomvang gelijk is aan de gewerkte uren in de proefperiode niet worden toegepast. De vorderingen werden afgewezen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van eiseres tot verklaring voor recht over de urenomvang en loonbetaling worden afgewezen.