ECLI:NL:RBMNE:2021:1154
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering WW-uitkering wegens opzegtermijn bij langdurig dienstverband
Eiser heeft zijn arbeidsovereenkomst met zijn werkgever beëindigd per 1 september 2020 via een vaststellingsovereenkomst. Hij vroeg aansluitend een WW-uitkering aan. Het UWV weigerde de uitkering toe te kennen vóór 1 november 2020, omdat volgens hen een opzegtermijn van vier maanden voor de werkgever gold op grond van artikel 7:672 lid 2 sub d BW Pro, vanwege het langdurige dienstverband van vijftien jaar of langer.
Eiser stelde dat de toepasselijke cao Gehandicaptenzorg 2019-2021 (cao 19/21) indirect afweek van deze wettelijke opzegtermijn, omdat in een wijzigingsovereenkomst was overeengekomen dat de opzegtermijn voor werkgever en werknemer twee maanden bedroeg, conform artikel 2:6 van Pro de cao. Volgens eiser maakte dit dat de wettelijke verlengde opzegtermijn niet van toepassing was.
De rechtbank oordeelde dat artikel 7:672 lid 6 BW Pro bepaalt dat de verlengde opzegtermijn alleen kan worden verkort door een collectieve arbeidsovereenkomst of een regeling van een bevoegd bestuursorgaan. De cao 19/21 bevat geen uitdrukkelijke afwijking van de wettelijke opzegtermijn voor langdurige dienstverbanden. De rechtbank zag geen ruimte voor een indirecte afwijking zoals door eiser betoogd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van de WW-uitkering vóór het verstrijken van de wettelijke opzegtermijn wordt ongegrond verklaard.