ECLI:NL:RBMNE:2021:1169
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarin kosten van een WGA-uitkering op haar werden verhaald. Verweerder heeft op 28 januari 2021 een nieuw besluit genomen waarin hij terugkomt op de eerdere beslissing en erkent dat de uitkering ten onrechte op verzoekster is verhaald. Hierdoor is verweerder tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster, die daarop haar beroep heeft ingetrokken en een vergoeding van proceskosten heeft gevraagd.
De rechtbank beoordeelt het verzoek om proceskostenvergoeding op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Omdat verweerder reeds een proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase heeft toegekend, beperkt de rechtbank haar beoordeling tot de beroepsfase.
De rechtbank acht het verzoek kennelijk gegrond en veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op € 534,- voor de beroepsfase. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat verweerder verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 354,- te vergoeden, waarvoor verzoekster zich rechtstreeks tot verweerder moet wenden.
De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Moed en griffier M. van der Knijff op 24 maart 2021 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van € 534,- aan proceskosten aan verzoekster na intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming.