Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 maart 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser
de korpschef van politie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
de kernvan de gewenste functies voldoen. Verweerder miskent dit en past een onjuiste maatstaf toe, zo gaat hij uit van alle niveaubepalende elementen van de gewenste functies en niet van de kern van de functies. Daarbij is het zo dat niet alleen de organisatorische context tot een uitzondering kan leiden, maar ook de uitkomst van de weging van de in totaliteit verrichtte taakbestanddelen. [1] Tot slot doet eiser een beroep op de hardheidsclausule.
alleniveaubepalende elementen van de nadere (gevraagde) functie. [3] Tenzij bepaalde werkzaamheden niet binnen de gewenste functie zijn belegd, maar binnen een andere functie (organisatorische context). Eiser voldoet niet aan alle niveaubepalende elementen van de gewenste functies en er is geen uitzondering vanwege de organisatorische context van toepassing. De totale weging van de taakbestanddelen komt pas aan de orde als een uitzondering op grond van de organisatorische context zich voordoet. In dat geval moet aan de hand van alle taakbestanddelen worden gekeken of nog wel aan de ondergrens van de gewenste functie wordt voldaan. Dit laatste is dus geen op zichzelf staande uitzonderingsgrond. Tot slot is de hardheidsclausule in eisers concrete geval niet van toepassing, aldus verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
“Het beoordelen en melden van de aard en de ernst van incidenten en calamiteitenter plaatseen het verlenen van directe hulp.”De werkzaamheden van eiser worden echter op het bureau uitgevoerd. Ook blijkt uit de omschrijving van de kern van de functie, dat de medewerker [Functie 2] ten aanzien van zijn activiteiten en resultaten begeleid wordt door ten minste een [Functie 4] en dat hij meeromvattende zaken kan overdragen. Verweerder heeft ter zitting verduidelijkt dat dit een belangrijk verschil is. De oorzaak ligt met name in het gestandaardiseerde karakter van de werkzaamheden. Er is uitgebreidere begeleiding nodig voor de medewerker [Functie 2] , vanwege de hogere mate van complexiteit van de functie. Daar waar de assistent [Functie 2] vooral ondersteunende werkzaamheden uitvoert moet de medewerker [Functie 2] over de hele breedte van het vakgebied werkzaamheden verrichten.
“De Medewerker [Functie 3] draagt bij aan de handhaving van de rechtsorde (criminaliteitsbestrijding) en aan veiligheid in de samenleving door het zelfstandig uitvoeren van [Functie 3] met een routinematig karakter. Hij wordt ten aanzien van onderstaande activiteiten en resultaten begeleid door ten minste een [Functie 4] en kan meeromvattende zaken overdragen.”