Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 januari 2021 in de zaak tussen
[stichting], te [woonplaats], eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Verder heeft de rechtbank geoordeeld dat eiseres belang heeft bij een inhoudelijke behandeling van haar bezwaren ten aanzien van de overige vier locaties, omdat verweerder in het beleid uitgaat van zwaardere sancties bij recidive en omdat overtredingen worden gepubliceerd. Verweerder is in het besluit van 30 november 2018 ten onrechte niet ingegaan op de bezwaren, terwijl hij zich wel op het standpunt heeft gesteld dat de lasten terecht waren opgelegd.
Voorgeschiedenis
Bij inspecties op de drie nog in geding zijnde locaties zijn volgens verweerder in oktober en november 2017 opnieuw overtredingen begaan. Op 30 november 2017 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen eiseres en verweerder. Naar aanleiding van dit gesprek heeft verweerder besloten om de last onder dwangsom niet op te leggen zoals voorgenomen, dus voor alle vestigingen van eiseres, maar enkel voor de vestigingen waar in de periode van september/oktober/november 2017 (opnieuw) overtredingen waren geconstateerd.
Exceptieve toets
Besluit genomen voordat definitieve inspectierapport was vastgesteld
De locatie BSO [A]
De locatie KDV [D]
De locatie KDV [B]
Doorwerking opgelegde lasten onder dwangsom in volgende procedures
Formulering van de last onder dwangsom
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit, voor zover daarbij het bezwaar tegen de weigering om tot rectificatie van inspectierapporten over te gaan, niet niet-ontvankelijk is verklaard;