ECLI:NL:RBMNE:2021:1234
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen korting op AOW wegens niet-ingezetenschap Nederland afgewezen
Eiser ontving vanaf 1 februari 2007 een AOW-uitkering waarop een korting werd toegepast omdat hij in de periode 1992 tot 2000 en daarna tot 2019 geen ingezetene van Nederland zou zijn geweest. Verweerder, de Sociale Verzekeringsbank, paste het kortingspercentage aan van 16% naar 28% en vorderde een bedrag van €19.328,20 terug wegens te veel betaalde uitkering.
Eiser maakte bezwaar en stelde dat hij in de periode vanaf december 2000 tot februari 2007 wel degelijk ingezetene van Nederland was. De rechtbank stelde vast dat verweerder de primaire besluiten pas op 27 februari 2020 correct had verzonden, waardoor het bezwaar tijdig was ingediend.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij in genoemde periode in Nederland woonde. Bewijsmateriaal zoals verklaringen, agendagegevens en documenten wezen erop dat het centrum van zijn belangen in Frankrijk lag. Ook de aanwezigheid van een postadres en administratieve banden met Nederland waren onvoldoende om ingezetenschap aan te tonen.
Op grond hiervan werd het beroep ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de korting op de AOW-uitkering wegens niet-ingezetenschap wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.