ECLI:NL:RBMNE:2021:1279
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens te late indiening na zitting
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter in twee bestuursrechtelijke zaken. Het verzoek richtte zich op vermeende vooringenomenheid van de rechter voorafgaand aan en tijdens de zitting. De wrakingskamer behandelde het verzoek en stelde vast dat het wrakingsverzoek negen dagen na de zitting werd ingediend, terwijl het verzoek volledig betrekking had op gebeurtenissen tijdens die zitting.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek te laat was ingediend en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die het tijdsverloop konden rechtvaardigen. De professionele gemachtigde van verzoeker had voldoende proceservaring en had het wrakingsverzoek eerder moeten indienen. Ook het argument dat overleg met verzoeker nodig was, werd niet als bijzondere omstandigheid erkend.
Daarom werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek. De wrakingskamer bepaalde dat de procedures in de onderliggende zaken worden voortgezet in de stand waarin zij zich bevonden ten tijde van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het wrakingsverzoek zonder bijzondere omstandigheden.