ECLI:NL:RBMNE:2021:1319
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op individuele inkomenstoeslag wegens onvoldoende bewijs langdurig laag inkomen
Eiseres, een bijstandsontvanger, had een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag. Verweerder had deze aanvraag afgewezen omdat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij gedurende een onafgebroken periode van 36 maanden voorafgaand aan de aanvraag een laag inkomen had. Deze afwijzing volgde op eerdere besluiten waarbij het recht op bijstand over een periode was ingetrokken wegens het niet melden van een hennepkwekerij in haar woning.
Eiseres stelde dat zij geen inkomsten had ontvangen uit de hennepkwekerij en verwees naar een sepotbeslissing van de officier van justitie en het ontbreken van een boeteoplegging als bewijs. De rechtbank oordeelde echter dat deze omstandigheden onvoldoende waren om aan te nemen dat zij geen inkomsten had genoten. De intrekking van de bijstand was eerder rechtmatig verklaard en eiseres had niet aannemelijk gemaakt wat haar inkomsten waren geweest in de betreffende periode.
De rechtbank benadrukte dat de bewijslast bij eiseres lag om aan te tonen dat zij langdurig een laag inkomen had. De afweging van verweerder om af te zien van een boete was gebaseerd op een ander toetsingskader en kon niet worden overgenomen. Ook het ontbreken van een afwijkend inkomsten- en uitgavenpatroon in de bankafschriften was onvoldoende om het ontbreken van inkomsten aan te nemen.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en was er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter A. Bouteibi op 29 maart 2021.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de individuele inkomenstoeslag is ongegrond verklaard.