Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
.
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 20 januari 2021 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen een veroordeelde die eerder was veroordeeld voor het bezit van vuurwapens en witwassen. De ontnemingsvordering werd behandeld na meerdere zittingen en schriftelijke conclusies van zowel het Openbaar Ministerie als de verdediging.
De rechtbank baseerde haar oordeel op een kasopstelling van contante inkomsten en uitgaven over de periode van 1 januari 2016 tot 16 februari 2018. Ondanks dat de veroordeelde een deel van de inkomsten aannemelijk maakte, zoals een bedrag van €1.560,- aan giften bij zijn bruiloft, werden de meeste uitgaven niet als legaal herkend. Contante uitgaven betroffen onder meer de aanschaf van meerdere auto's, dure horloges, huurbetalingen en kosten van een bruiloft.
De rechtbank stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €177.776,37. Vanwege een onterechte teruggave van een auto door de douane werd de betalingsverplichting verlaagd met €9.950,-. Uiteindelijk werd veroordeelde verplicht €167.826,37 aan de staat te betalen. De maatregel is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht €167.826,37 aan de staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.