In deze zaak stond centraal of de eigenaar van een noodweg gerechtigd was een vrachtwagen te blokkeren die bij de eiseres aan het lossen was. De voorzieningenrechter oordeelde dat deze blokkade onrechtmatig was en kwalificeerde het als eigenrichting die niet geoorloofd is. De argumenten van de eigenaar, waaronder overlast voor huurders en schending van gebruiksvoorwaarden van de noodweg, werden verworpen omdat deze niet voldoende aannemelijk waren of geen rechtvaardiging boden voor eigen optreden.
De voorzieningenrechter benadrukte dat het gebruik van de noodweg voor kortdurend laden en lossen is toegestaan, inclusief de tijd die nodig is om in te draaien. Ook het eigendomsrecht van de eigenaar werd beperkt door eerdere rechterlijke belangenafwegingen. De blokkade werd veroordeeld en de eigenaar werd verplicht deze op te heffen en te voorkomen dat derden de toegang blokkeren, met een gematigde dwangsom.
Een vordering van de eigenaar om het gebruik van vrachtwagens langer dan tien meter op de noodweg te verbieden werd afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en lopende procedures bij het hof. De eigenaar werd veroordeeld in de proceskosten van beide procedures. Het vonnis werd mondeling uitgesproken tijdens een spoedeisende zitting via Skype.