ECLI:NL:RBMNE:2021:1343
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging anticumulatie WAO-uitkering en terugvordering wegens niet gemelde werkzaamheden als bestuurder
Eiseres ontvangt sinds 2004 een WAO-uitkering op basis van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Na anonieme meldingen onderzocht het UWV of zij als zelfstandige werkzaam was, waarbij werd vastgesteld dat zij tussen 2014 en 2017 als bestuurder van diverse bedrijven heeft gefunctioneerd en loon ontving, zonder dit te melden.
Het UWV stelde daarop haar arbeidsongeschiktheid fictief vast op minder dan 15% en vorderde een bedrag van ruim €61.000 terug. Ook werd haar toeslag per april 2019 stopgezet. Eiseres maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar deze werden ongegrond verklaard. Vervolgens stelde zij beroep in bij de rechtbank.
Eiseres voerde aan dat zij niet daadwerkelijk arbeid had verricht en dat haar registratie als bestuurder zonder haar medeweten was, waarbij zij onder dwang van haar ex-partner handelde. Zij stelde dat de anticumulatie, terugvordering en stopzetting van toeslag daarom onterecht waren.
De rechtbank oordeelde dat het UWV zich baseerde op een gedegen onderzoeksrapport met gegevens van diverse instanties en bankafschriften, die eiseres niet betwistte. Eiseres slaagde er niet in haar stellingen met bewijs te onderbouwen. De rechtbank concludeerde dat aan de voorwaarden van artikel 44 WAO Pro was voldaan en dat het UWV terecht de uitkering heeft gecorrigeerd en teruggevorderd.
De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen van eiseres tegen de anticumulatie, terugvordering en stopzetting van toeslag zijn ongegrond verklaard.