ECLI:NL:RBMNE:2021:1350
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot herstel gebreken en huurprijsvermindering horecaruimte afgewezen behalve voor enkele gebreken
De zaak betreft een vordering van de huurder van een horecaruimte tot herstel van gebreken en huurprijsvermindering wegens schade ontstaan na een incident waarbij een gevel instortte. De huurder stelt dat de gebreken het huurgenot verminderen en vordert herstel, huurprijsvermindering, betaling van expertisekosten, incassokosten en proceskosten.
De kantonrechter beoordeelt per vermeend gebrek of sprake is van een gebrek in de zin van artikel 7:204 BW Pro en wie verantwoordelijk is voor herstel. Diverse gebreken worden afgewezen omdat ze niet het huurgenot verminderen, voor rekening van de huurder komen of onvoldoende zijn onderbouwd. Enkele gebreken, zoals lekkagesporen, scheuren in de betonnen afwerkvloer en naadvorming aan de gevel, worden wel erkend als gebreken waarvoor de verhuurder verantwoordelijk is.
De gevorderde huurprijsvermindering wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van genotsvermindering en causaal verband met omzetdaling. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten en moet de expertisekosten en incassokosten zelf dragen. De verhuurder krijgt een dwangsom opgelegd voor het niet tijdig herstellen van de vastgestelde gebreken.
Uitkomst: Verhuurder wordt veroordeeld tot herstel van enkele gebreken en huurder tot betaling van proceskosten; huurprijsvermindering en overige vorderingen worden afgewezen.