ECLI:NL:RBMNE:2021:1360
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen herziening WIA-uitkering en berekening dagloon
Eiseres heeft een WIA-uitkering toegekend gekregen op grond van de Wet WIA. Na bezwaar heeft verweerder het bestreden besluit deels herzien door vakantietoeslag over maart en april 2017 mee te nemen in de berekening van de uitkering. Eiseres stelde dat ook de in oktober 2017 betaalde WW-uitkering over september 2017 in het dagloon had moeten worden meegenomen.
De rechtbank oordeelt dat de referteperiode loopt tot 30 september 2017 en dat de achteraf betaalde WW-uitkering in oktober buiten deze periode valt. Dit volgt uit artikel 33 van Pro de WW en de systematiek van het Dagloonbesluit. De Centrale Raad van Beroep heeft deze uitleg bevestigd als aanvaardbaar.
De rechtbank concludeert dat de berekening van het dagloon correct is uitgevoerd en dat het beroep ongegrond is. Omdat verweerder het bestreden besluit deels heeft herzien, wordt het betaalde griffierecht en een proceskostenvergoeding aan eiseres toegekend.
De uitspraak is gedaan door rechter Veldman-Gielen en griffier Bouwman op 16 maart 2021, waarbij het beroep is afgewezen en vergoeding van kosten is toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit inzake de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard en verweerder moet griffierecht en proceskosten vergoeden.