Art. 288 lid 1 FaillissementswetArt. 2 Besluit salaris bewindvoerder schuldsaneringsregeling
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toelating statushouder tot schuldsaneringsregeling ondanks gebrekkige schuldhulpverlening gemeente
Verzoeker, een statushouder wonende in Nederland, diende een verzoek in tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank constateerde dat aan de wettelijke voorwaarden van artikel 288 lid 1 FaillissementswetPro was voldaan en dat er geen gronden waren voor afwijzing.
De rechtbank merkte op dat de schuldhulpverlening door de gemeente Stichtse Vecht tekort was geschoten. De uitkering van verzoeker werd stopgezet en de hulp kwam pas laat op gang, ondanks eerdere verzoeken om ondersteuning. Dit leidde tot huurachterstanden en een vertraagde start van een minnelijk schuldhulptraject, pas na een door de rechtbank ingesteld moratorium.
Verzoeker heeft een achtergrond in geologie en een afgeronde inburgeringscursus, wat de verwachting schept dat hij met adequate hulp normaal kan deelnemen aan de maatschappij. De rechtbank besloot daarom tot toelating tot de schuldsaneringsregeling en benoemde een bewindvoerder, met een voorschot op het salaris conform de wettelijke regeling.
Uitkomst: Verzoeker wordt toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en een bewindvoerder wordt benoemd.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Toezicht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/21/67 R
uitspraakdatum: 30 maart 2021
uitspraak op grond van artikel 288 lid 1 vanPro de Faillissementswet
(“toepassing schuldsanering”)
enkelvoudige kamer
[verzoeker] ,
wonende [adres] ,
[woonplaats] ,
verzoeker,
heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Het verzoekschrift is behandeld ter zitting van 29 maart 2021. Daarbij is verzoeker gehoord. Verder zijn verschenen: de heer [A] , schuldhulpverlener (gemeente Stichtse Vecht) en mevrouw [B] ( [naam] ).
Ten aanzien van verzoeker is voldaan aan het bepaalde in artikel 288 lid 1 vanPro de Faillissementswet. Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken.
De rechtbank zal daarom verzoeker toelaten tot de schuldsaneringsregeling.
Ten overvloede wordt hierbij nog het volgende opgemerkt. Verzoeker is een statushouder. Hij ontvangt momenteel een PW-uitkering en toeslagen. De hulpverlening voor verzoeker werd in 2019 beëindigd en vervolgens niet adequaat opgepakt op het moment dat opnieuw problemen ontstonden bij het aanvragen van een uitkering. Het valt op dat de gemeente Stichtse Vecht de uitkering van verzoeker heeft stopgezet. Vervolgens regelde de gemeente alsnog hulp. Deze hulp kwam laat op gang, terwijl verzoeker al bij de hulpverlening bekend was en begin 2020 om hulp had gevraagd. Mede hierdoor zijn huurachterstanden ontstaan. Vervolgens heeft de gemeente lang gewacht met de start van een minnelijk schuldhulptraject. Eerst nadat door de rechtbank op 13 oktober 2020 een moratorium was ingesteld voor de duur van vier maanden heeft de gemeente getracht ten behoeve van verzoeker een minnelijke schuldregeling tot stand te brengen. Tenslotte valt op dat de ondersteuning bij de sollicitatieverplichting in het kader van de PW-uitkering nog niet van de grond is gekomen. Verzoeker heeft in Syrië tot de oorlog geologie gestudeerd en heeft de inburgeringscursus afgesloten. Te verwachten is dat verzoeker, met enige hulp, die hij tot nu toe niet of in te geringe mate heeft gekregen, op normale wijze zal kunnen deelnemen aan de maatschappij.
Beslissing
De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker] ,
geboren op [1993] te [geboorteplaats] (Syrië),
wonende [adres] , [woonplaats] ;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. P.J. Neijt,
en tot bewindvoerder [bewindvoerder] ,
[postbus] , [vestigingsplaats] ;
- stelt bij wijze van voorschot, bij toereikend boedelactief, het salaris van de bewindvoerder vast op het op grond van artikel 2 vanPro het Besluit salaris bewindvoerder schuldsaneringsregeling geldende bedrag;
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.A.M. Penders en is in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2021.