Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 januari 2021 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lopik, verweerder
[A], te [woonplaats].
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser woont op een perceel naast een schuur waarvoor een tijdelijke omgevingsvergunning is verleend om deze als woning te gebruiken, ondanks strijdigheid met het bestemmingsplan en een provinciaal verstedelijkingsverbod. Eiser maakte bezwaar tegen de vergunning en diende een verzoek om voorlopige voorziening in, dat werd afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang. Na handhaving van de vergunning voor een kortere periode, werd beroep ingesteld.
Tijdens de zitting bleek dat de vergunning inmiddels was verlopen, maar dat nieuwe tijdelijke vergunningen mogelijk opnieuw worden verleend totdat het bestemmingsplan wordt gewijzigd. De rechtbank oordeelde dat eiser nog procesbelang heeft. De provincie Utrecht had volgens de rechtbank wel degelijk ingestemd met het tijdelijke afwijken van het verstedelijkingsverbod, mede omdat overleg plaatsvond in het kader van een voorgenomen bestemmingsplanwijziging.
Eiser voerde aan dat de ruimte-voor-ruimte-regeling, die sloop van woningen elders mogelijk maakt om permanente bewoning toe te staan, niet klopt en dat de eigenaar van de te slopen woningen niet akkoord zou zijn. De rechtbank vond echter geen aanleiding om aan de verstrekte informatie te twijfelen. Ook het argument dat de vergunning alleen had mogen worden verleend bij zicht op ontheffing van het bestemmingsplan faalde, omdat het wijzigingsproces al in gang was gezet.
Tot slot oordeelde de rechtbank dat de belangen van eiser voldoende waren meegewogen bij de vergunningverlening en dat de overlast mogelijk zelfs minder zal zijn dan bij het eerdere gebruik van de schuur als B&B. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de tijdelijke omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard omdat de vergunning terecht is verleend en de belangen van eiser voldoende zijn meegewogen.