Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
Installeren van een openhaard of houtkachel Voorwaarde: rookkanaal is hiervoor geschikt.”
Rechtbank Midden-Nederland
De Alliantie vorderde in kort geding machtiging tot uitvoering van een verduurzamingsplan, waaronder het onklaar maken of verwijderen van een kolenkachel en het dichtzetten van de schoorsteen in de woning van [gedaagde]. Tevens werd medewerking gevorderd voor het plaatsen van rookmelders en het vervangen van hang- en sluitwerk.
De Alliantie stelde dat meer dan 70% van de huurders akkoord was met het plan en dat uitstel van werkzaamheden schadelijk zou zijn. De kolenkachel zou gevaarlijk zijn door risico op koolmonoxidevergiftiging bij mechanische ventilatie. [gedaagde] voerde verweer dat hij alleen hout stookte en dat volgens een brochure van De Alliantie een houtkachel was toegestaan mits het rookkanaal geschikt was.
De rechtbank oordeelde dat De Alliantie onvoldoende had aangetoond welke werkzaamheden nog niet waren uitgevoerd en dat de vordering daardoor onvoldoende bepaald was. Ook ontbrak een deskundigenrapport of andere onderbouwing van het gevaar van de kolenkachel, terwijl het persoonlijk belang van [gedaagde] bij behoud van de kachel niet was weersproken. De stelling dat [gedaagde] geen medewerking verleende aan rookmelders en hang- en sluitwerk was ook onvoldoende onderbouwd.
De kantonrechter concludeerde dat er geen levensbedreigende situatie was en dat de vorderingen onvoldoende aannemelijk waren, waardoor deze werden afgewezen. De Alliantie werd veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden begroot vanwege het ontbreken van professionele bijstand van [gedaagde].
Uitkomst: De vorderingen van De Alliantie worden afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid en onvoldoende onderbouwing.