Uitspraak
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker,
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeist, verweerder
[derde-partij], te [woonplaats] , gemachtigde: mr. D. McLean.
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker, eigenaar van een twee-onder-een-kapwoning, kreeg omgevingsvergunningen voor verbouwingswerkzaamheden, waaronder een dakopbouw en dakkapel. Tijdens de uitvoering constateerde de toezichthouder dat verzoeker voorschriften overtrad, waaronder het niet melden van asbestverdacht materiaal en het ontbreken van een sloopmelding voor meer dan 10 m3 sloopafval. Verweerder legde daarop een bouwstop op met een dwangsom.
Verzoeker maakte bezwaar tegen de bouwstop en vroeg de voorzieningenrechter om deze voorlopige maatregel op te heffen, stellende dat de bouwstop disproportioneel is vanwege de financiële schade. De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat overtredingen zijn begaan en dat het belang van gezondheid en veiligheid zwaarwegend is.
De voorzieningenrechter wees het verzoek af omdat geen bijzondere omstandigheden waren die handhaving onredelijk maken. De bouwstop kan voorlopig in stand blijven totdat verzoeker voldoet aan de gestelde voorwaarden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwstop wordt afgewezen en de bouwstop blijft voorlopig van kracht.