ECLI:NL:RBMNE:2021:1455
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek rechter ongegrond verklaard wegens ontbreken van gegronde vrees voor partijdigheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de politierechter die zijn zaak behandelt, met vijf gronden waaronder vermeende partijdigheid door het respecteren van het Openbaar Ministerie, het niet in behandeling nemen van bezwaarschriften, vermeende omgang met corrupte officieren van justitie, mediaoptredens en eerdere wrakingen.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 512 Sv Pro en oordeelt dat de rechter onpartijdig wordt geacht totdat het tegendeel is bewezen. De aangevoerde feiten en omstandigheden zijn onvoldoende onderbouwd en leveren geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid op.
De wrakingskamer benadrukt dat het intrekken van de zaak een bevoegdheid van het Openbaar Ministerie is en dat het niet behandelen van bezwaarschriften nog niet heeft plaatsgevonden. Ook de mediaoptredens en eerdere wrakingen zijn niet relevant voor deze zaak.
Daarom is het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en is bepaald dat de strafzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de politierechter is ongegrond verklaard en de zaak wordt voortgezet.