Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 januari 2021 op het verzet van
[opposante] , te [woonplaats], opposante,
Procesverloop
Overwegingen
1 september 2020, 30 november 2020 en 1 december 2020 heeft opposante aangevoerd dat op de griffierechtnota niet het volledige adres van het object is vermeld en dat om die reden geen tijdige en correcte betaling kon worden verricht. Ook heeft de gemachtigde in privé een griffierechtnota ontvangen en is de nota ten onrechte niet op naam van opposante gesteld.
23 november 2019 door of namens de gemachtigde van opposante is ontvangen op
26 november 2019. Nu de gemachtigde van opposante de betalingsherinnering heeft ontvangen en daarna tot een betaling van slechts € 3,45 is overgegaan, is het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Beslissing
P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is uitgesproken op 7 januari 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.