Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een beslissing op bezwaar van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). De rechtbank heeft eiseres meerdere malen verzocht het griffierecht van € 354,- te betalen, waaronder via een aangetekende brief op 6 januari 2021. Ondanks deze aanmaningen heeft eiseres het griffierecht niet (op tijd) voldaan en heeft zij geen geldige reden voor het uitblijven van betaling gegeven.
Op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het betalen van griffierecht verplicht bij het instellen van beroep. Bij niet-betaling mag de rechtbank het beroep niet inhoudelijk behandelen, tenzij er sprake is van omstandigheden buiten de schuld van eiseres. De rechtbank heeft vastgesteld dat deze uitzonderingssituatie niet van toepassing is.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en behandelt zij de zaak niet inhoudelijk. Tevens wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Moed en griffier P.W. Hogenbirk op 11 maart 2021 te Utrecht.