Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) omdat het bestuursorgaan niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag. Zij heeft het UWV in gebreke gesteld waarna het UWV een dwangsom van €1.442,- betaalde, maar nog steeds geen besluit nam.
Het UWV beriep zich op overmacht vanwege de coronamaatregelen die het onmogelijk maken de verzekerde uit Turkije naar Nederland te laten komen voor een medische beoordeling. Eiseres stelde dat noodzakelijke reizen naar code oranje landen wel zijn toegestaan en dat quarantaine geen zwaarwegende reden is om niet tijdig te beslissen.
De rechtbank oordeelt dat het UWV alsnog binnen twee weken een besluit moet nemen, hetzij door de verzekerde op te roepen, hetzij op een andere wijze. Voor elke dag overschrijding geldt een dwangsom van €100,- met een maximum van €15.000,-. Daarnaast moet het UWV het griffierecht en een proceskostenvergoeding van €267,- aan eiseres betalen. Het beroep wordt kennelijk gegrond verklaard.