ECLI:NL:RBMNE:2021:1473

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
17 maart 2021
Publicatiedatum
13 april 2021
Zaaknummer
20/4537
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 7:1 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55d Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag door UWV

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) omdat het bestuursorgaan niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag. Zij heeft het UWV in gebreke gesteld waarna het UWV een dwangsom van €1.442,- betaalde, maar nog steeds geen besluit nam.

Het UWV beriep zich op overmacht vanwege de coronamaatregelen die het onmogelijk maken de verzekerde uit Turkije naar Nederland te laten komen voor een medische beoordeling. Eiseres stelde dat noodzakelijke reizen naar code oranje landen wel zijn toegestaan en dat quarantaine geen zwaarwegende reden is om niet tijdig te beslissen.

De rechtbank oordeelt dat het UWV alsnog binnen twee weken een besluit moet nemen, hetzij door de verzekerde op te roepen, hetzij op een andere wijze. Voor elke dag overschrijding geldt een dwangsom van €100,- met een maximum van €15.000,-. Daarnaast moet het UWV het griffierecht en een proceskostenvergoeding van €267,- aan eiseres betalen. Het beroep wordt kennelijk gegrond verklaard.

Uitkomst: Het UWV moet binnen twee weken alsnog beslissen en betaalt een dwangsom bij overschrijding, griffierecht en proceskosten aan eiseres.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/4537

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 maart 2021 in de zaak tussen

[eiseres], te [woonplaats], eiseres

(gemachtigde: L.B.J. Vrolijk)
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3. Niet in geschil is dat verweerder te laat is met het nemen van een beslissing op de aanvraag van eiseres. Eiseres heeft verweerder in gebreke gesteld en verweerder heeft inmiddels de volledige dwangsom van € 1.442,- betaald aan eiseres.
4. Omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. Verweerder beroept zich in zijn verweerschrift van 31 december 2020 op overmacht. Verzekerde woont in Turkije en de verzekeringsarts vindt het noodzakelijk dat verzekerde naar Nederland wordt opgeroepen om beoordeeld te worden en om een expertise te laten verrichten. Dit is onmogelijk gezien de huidige maatregelen rondom het coronavirus. Verweerder kan dan ook niet aangeven op welke termijn er een beslissing verwacht kan worden.
5. Eiseres heeft hier op 24 februari 2021 op gereageerd. Zij stelt dat voor Turkije code oranje geldt en dat daarmee noodzakelijke reizen zijn toegestaan. Ook de quarantaineplicht ziet eiseres niet als een zwaarwegende reden om van de reis af te zien of af te zien van een tijdige beslissing.
6. De rechtbank is het met eiseres eens dat verweerder moet beslissen. Het is aan verweerder om te bepalen of hij dat doet door verzekerde naar Nederland op te roepen of op een andere wijze. De rechtbank bepaalt dat verweerder dit moet doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak (artikel 8:55d, lid 1, van de Awb).
7. De rechtbank bepaalt dat verweerder een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door verweerder. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.
8. Het beroep is kennelijk gegrond (artikel 8:54 van Pro de Awb). Dat betekent ook dat eiseres een vergoeding krijgt voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht is dit een vast bedrag omdat eiseres een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor haar een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 267,-.
9. Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht aan eiseres betalen.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
-vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt verweerder op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken;
- bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht dat eiseres heeft betaald moet betalen;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 267,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is uitgesproken op 17 maart 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
de griffier de rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.