Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke termijn van zes weken beslist op het bezwaar, waarna eiser de gemeente in gebreke stelde.
De rechtbank constateert dat verweerder niet heeft gereageerd op verzoeken om stukken en dat de beslistermijn op 23 juli 2019 is verstreken zonder besluit. De rechtbank stelt daarom vast dat de gemeente in gebreke is gebleven en legt een dwangsom op van €1.442,- voor de periode tot aan de uitspraak.
Daarnaast wordt verweerder opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Voor elke dag dat de gemeente daarna nog te laat is, geldt een dwangsom van €100,- met een maximum van €15.000,-.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en veroordeelt de gemeente tot betaling van proceskosten en het griffierecht aan eiser. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Moed op 18 maart 2021.