Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 april 2021 in de zaak tussen
[eiser] uit [woonplaats] , eiser
Procesverloop
€ 894.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2018. Verweerder heeft bij deze beschikking aan eiser als eigenaar van de woning ook een aanslag onroerendezaakbelastingen opgelegd, waarbij deze waarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd.
Overwegingen
Over het door eiser overgelegde taxatierapport
€ 80.000,- tot € 85.000,- bedragen. Ter zitting heeft eiser erop gewezen dat de dakgoot aan een zijde is doorgerot en dat het kunststof kozijn afbladdert. Volgens eiser heeft verweerder ten onrechte geen opname van de woning uitgevoerd, waardoor de staat van onderhoud onjuist is beoordeeld.
Ook wijst eiser erop dat de vastgestelde WOZ-waarde van de referentiewoning aan de [adres 3] in 2018 (€ 742.000,-) en 2019 (€ 693.000,-) sterk van elkaar afwijkt, zodat verweerder deze niet kon gebruiken om de waarde van de woning te bepalen. Verder hebben de referentiewoningen een veel kleiner perceel dan de woning, zodat ook om die reden geen sprake is van een goede vergelijking, aldus eiser.