ECLI:NL:RBMNE:2021:1533
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling salariskorting van 30% wegens ziekte en re-integratieverplichtingen
Eiser was sinds 1994 in dienst en meldde zich in februari 2016 ziek. Het UWV kende hem aanvankelijk een loongerelateerde WGA-uitkering toe wegens 80-100% arbeidsongeschiktheid, maar na bezwaar werd dit teruggebracht tot minder dan 35% en het recht op uitkering beëindigd. Verweerder verleende eervol ontslag wegens ziekte, trok dit later in en besloot tot hervatting van 70% salaris. Eiser vorderde aanvulling tot 100% salaris met terugwerkende kracht, stellende dat hij passend werk had kunnen verrichten.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zijn eigen werk tot januari 2018 volledig kon verrichten. Diverse rapportages tonen aan dat hij slechts beperkte aangepaste werkzaamheden kon doen en dat er geen passend werk binnen de gemeente beschikbaar was. Het deskundigenoordeel van het UWV stelde dat de eerdere functionele mogelijkhedenlijst (FML) niet zonder een lekenrapportage kon worden toegepast. Nadat een lekenrapportage was opgesteld, bleek dat passend werk niet voorhanden was.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht de salariskorting van 30% heeft toegepast en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de salariskorting van 30% terecht is toegepast.