ECLI:NL:RBMNE:2021:1535
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning
Eiser betwistte de door de gemeente vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres te een woonplaats, vastgesteld op € 251.000,- met een waardepeildatum van 1 januari 2019. De gemeente had een correctie van € 40.000,- toegepast vanwege overlast door de ligging naast een ander adres.
De rechtbank beoordeelde het taxatierapport, de taxatiematrix en de vergelijkingen met referentiewoningen, met name een woning aan een vergelijkbaar adres die recent was verkocht. De rechtbank concludeerde dat de gemeente aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld, mede omdat de verschillen tussen de woningen voldoende waren onderbouwd.
Eiser stelde een lagere waarde voor, maar de rechtbank volgde dit niet omdat de correctie van € 40.000,- terecht was toegepast op de waarde van de woning en niet op de vergelijkingswoning. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 251.000,- wordt ongegrond verklaard.