ECLI:NL:RBMNE:2021:154
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid weigering rijgeschiktheid grootrijbewijs wegens fysieke beperking rechterarm
Eiser, sinds 1988 houder van een groot rijbewijs en sinds 1986 met een volledig verlamde rechterarm door een motorongeluk, diende een gezondheidsverklaring in voor verlenging van zijn rijbewijs voor groep 2. Het CBR baseerde zijn besluit op een deskundigenadvies dat eiser vanwege zijn beperking niet voldoet aan de fysieke basiseis om voertuigen van groep 2 met twee handen te kunnen besturen.
Eiser betoogde dat hij al 33 jaar met zijn camper reed en dat het besluit onzorgvuldig was genomen omdat hij niet tijdig was geïnformeerd over een wijziging in de regelgeving, waardoor hij schade leed. Hij verzocht om een schadevergoeding van € 10.000.
De rechtbank oordeelde dat het deskundigenadvies zorgvuldig was en dat het CBR terecht het besluit nam op basis van de Regeling eisen geschiktheid 2000, waarin geen ruimte is voor een belangenafweging. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de wijziging van de Regeling in 2010 niet tot een aanscherping, maar tot verduidelijking diende.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De rechtbank wees erop dat eiser bij onrechtmatig handelen van het CBR een schadebesluit kan verzoeken.
De uitspraak werd gedaan door rechter L.M. Reijnierse en griffier L.E. Mollerus op 15 januari 2021 te Utrecht.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het CBR om eiser niet rijgeschikt te verklaren voor rijbewijzen van groep 2 wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.