ECLI:NL:RBMNE:2021:1544

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 maart 2021
Publicatiedatum
16 april 2021
Zaaknummer
UTR 21/975
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:13 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing bestuursrechtelijke zaak over openbaarmaking rapport mesh implants

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft Johnson&Johnson Medical B.V. bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport tot actieve openbaarmaking van een rapport over mesh implants voor de behandeling van bekkenbodemverzakking.

De rechtbank Midden-Nederland constateert dat er bij de rechtbank Den Haag al verschillende verzoeken tot het treffen van voorlopige voorzieningen zijn ingediend met betrekking tot hetzelfde besluit. Gezien de samenhang en het belang van een eenduidige behandeling, acht de rechtbank Midden-Nederland het wenselijk dat de behandeling van deze zaak eveneens bij de rechtbank Den Haag plaatsvindt.

Daarom besluit de rechtbank Midden-Nederland de zaak te verwijzen naar de rechtbank Den Haag. Tegen deze verwijzingsbeslissing kan geen hoger beroep worden ingesteld voordat het hoger beroep tegen de einduitspraak is ingesteld.

Uitkomst: De zaak wordt verwezen naar de rechtbank Den Haag voor verdere behandeling.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/975
beslissing van 10 maart 2021 op grond van artikel 8:13, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de zaak tussen

Johnson&Johnson Medical B.V ., te Amersfoort , verzoekster

(gemachtigde: mr. K. van Lessen Kloeke),
en

de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 22 februari 2021 heeft verweerder beslist tot actieve openbaarmaking van het rapport
‘Mesh implants intended to treat patients with pelvic organ prolapse. Market survey and quality of technical documentation’.
Verzoekster heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt en een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland.

Overwegingen

De rechtbank stelt vast dat bij de rechtbank Den Haag door verschillende verzoekers verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening zijn ingediend, die zien op het besluit. De rechtbank is van oordeel dat behandeling van de zaken door de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag daarom gewenst is.

Beslissing

De rechtbank verwijst de zaak naar de rechtbank Den Haag.
Aldus gegeven op 10 maart 2021 door mr. M.P. Glerum, rechter, in tegenwoordigheid van mr. A.M. Slierendrecht, griffier.
griffier rechter
Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel:

Tegen deze tussenbeslissing kan niet eerder hoger beroep worden ingesteld dan tegelijk met het hoger beroep tegen de einduitspraak.