Uitspraak
1.De procedure
- het ter zitting van 15 maart 2021 gedane wrakingsverzoek, zoals vastgelegd in het
- de schriftelijke reactie van 9 maart 2021 van de rechter mr. A.C. van den Boogaard, met
Rechtbank Midden-Nederland
De wrakingskamer van de Rechtbank Midden-Nederland behandelde op 2 april 2021 het wrakingsverzoek van verzoeker tegen mr. A.C. van den Boogaard, rechter in een zaak over beëindiging van het gezag over twee kinderen. Verzoeker stelde dat het verzoek tot beëindiging van het gezag in strijd was met een eerdere afspraak en wilde de behandeling van dit verzoek blokkeren.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek geen gegronde wrakingsgrond bevatte, omdat het verzoek was ingediend om de behandeling van de zaak te frustreren. Er was geen sprake van vooringenomenheid of schijn daarvan bij de rechter. Verzoeker was niet aanwezig bij de mondelinge behandeling om zijn verzoek toe te lichten.
Daarom werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek. Om verdere frustratie van de procedure te voorkomen, legde de wrakingskamer een wrakingsverbod op voor toekomstige verzoeken van verzoeker in dezelfde zaak. De procedure wordt voortgezet in de stand van vóór de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek en een wrakingsverbod is opgelegd voor toekomstige verzoeken in dezelfde zaak.