ECLI:NL:RBMNE:2021:1597
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum IVA-uitkering bij geschil over arbeidsongeschiktheid
Eiseres, werkzaam als verzorgende/helpende, heeft een WIA-uitkering aangevraagd met een verzoek om terugwerkende kracht vóór 21 oktober 2018. Verweerder stelde de ingangsdatum vast op 21 oktober 2018, gebaseerd op de wettelijke beperking dat de uitkering niet kan worden vastgesteld over perioden langer dan 52 weken voor de aanvraag, tenzij sprake is van een bijzonder geval.
Eiseres voerde aan dat haar arbeidsongeschiktheid al veel eerder bestond, mede door een congenitale hydrocefalus met progressieve klachten. De verzekeringsarts en de rechtbank concludeerden echter dat de beperkingen pas recentelijk significant zijn toegenomen, onderbouwd door medische rapportages en MRI-scans van 2008 en 2019.
De rechtbank vond dat eiseres onvoldoende medische onderbouwing leverde voor een eerdere volledige arbeidsongeschiktheid en dat de subsidiaire stelling over het ontbreken van vaste banen geen medische grondslag bood. Een bijzonder geval voor terugwerkende kracht werd niet vastgesteld.
Een nieuwe beroepsgrond over loonwaardering uit 2016 werd buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de ingangsdatum van 21 oktober 2018 als correct.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de ingangsdatum van de IVA-uitkering blijft 21 oktober 2018.