ECLI:NL:RBMNE:2021:1598
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen beëindiging Ziektewet-uitkering wegens arbeidsvermogen
Eiseres was werkzaam als verkoper in een lunchroom en meldde zich ziek vanwege psychische klachten. Na het eerste ziektejaar beoordeelde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) dat zij meer dan 65% van haar loon kon verdienen en beëindigde de Ziektewet-uitkering per 5 april 2020. Eiseres maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze beslissing.
De rechtbank beoordeelde de medische en arbeidskundige rapportages waarop het besluit was gebaseerd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had een zorgvuldig dossieronderzoek en telefonisch medisch onderzoek verricht en concludeerde dat de beperkingen van eiseres adequaat waren meegenomen, inclusief haar psychische klachten en energieniveau. Er was geen sprake van een situatie zonder benutbare mogelijkheden.
Eiseres voerde aan dat haar klachten, waaronder een somatische symptoomstoornis en angststoornis, onvoldoende waren meegewogen en dat het COVID-19-virus extra risico's voor haar meebracht. De rechtbank vond echter dat de medische beoordeling zorgvuldig en begrijpelijk was en dat eiseres onvoldoende objectiveerbare medische informatie had overgelegd om de beoordeling te betwisten.
Ook de arbeidskundige beoordeling werd als zorgvuldig beoordeeld en de rechtbank concludeerde dat eiseres in staat werd geacht de geduide functies te verrichten. Het beroep werd ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewet-uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de beëindiging van haar Ziektewet-uitkering wordt ongegrond verklaard.