ECLI:NL:RBMNE:2021:1599
Rechtbank Midden-Nederland
- Verschoning
- Rechtspraak.nl
Verschoningsverzoek toegewezen wegens familieband tussen rechter en partij
In deze zaak heeft een civiel rechter een verzoek tot verschoning ingediend op grond van een vermoeden van een familieband met een van de partijen in de hoofdzaak. Na een mondelinge behandeling via Skype op 29 januari 2021 ontstond het vermoeden dat de gedaagde partij de partner is van een dochter van een neef van de verzoekster.
De verschoningskamer heeft dit verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 36 en Pro 40 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, waarbij het uitgangspunt is dat rechters onpartijdig worden vermoed tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid of de schijn daarvan. De kamer achtte de vermoedelijke familieband een zodanige omstandigheid die de schijn van partijdigheid kan wekken.
Na bevestiging van de relatie door de advocaat van de gedaagde partij werd het verzoek tot verschoning gegrond verklaard. De beslissing is genomen zonder mondelinge behandeling en is in het openbaar uitgesproken op 21 april 2021. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter is gegrond verklaard vanwege een familieband met een van de partijen.