ECLI:NL:RBMNE:2021:1600
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake subsidie terugvordering jeugdhulp
Verzoekster, een bedrijf gevestigd te een woonplaats, heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere om de subsidie voor residentiële jeugdhulp 2018 lager vast te stellen en een bedrag van €282.215,- terug te vorderen. Na het ongegrond verklaren van het bezwaar heeft verzoekster beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen indien sprake is van onverwijlde spoed, bijvoorbeeld bij dreigend faillissement of acute financiële nood. Verzoekster stelde dat de terugvordering een ernstige impact zou hebben op de bedrijfsvoering, met mogelijke ontslagen en het gevaar voor de hulpverlening.
Echter heeft verzoekster niet aannemelijk gemaakt dat een onomkeerbare situatie of acute financiële nood dreigt. De overgelegde balans over 2020 werd niet toegelicht en gaf geen indicatie van een faillissement of onomkeerbare situatie. Daarom ontbrak het spoedeisend belang.
De voorzieningenrechter verklaarde het verzoek kennelijk ongegrond en wees het af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.