Verzoekster heeft een beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarin het bezwaar van een ex-werknemer was gegrond verklaard en de WIA-uitkering ten onrechte was beëindigd. Verzoekster vroeg vervolgens om een uitspraak over het recht op een Ziektewetuitkering voor de ex-werknemer.
Het beroep werd ingetrokken omdat uit het besluit van het UWV bleek dat de WGA-uitkering van de ex-werknemer niet aan verzoekster kon worden toegerekend, waardoor verzoekster geen belanghebbende was. Verzoekster verzocht om vergoeding van haar proceskosten, specifiek één punt voor het ingediende beroepschrift.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek tot vergoeding van proceskosten toewijsbaar was op grond van artikel 8:75a Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht. De proceskosten werden vastgesteld op € 534,- en het UWV werd veroordeeld tot betaling hiervan aan verzoekster.