Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 april 2021 in de zaak tussen
[eiser/eiseres 1] en [eiser/eiseres 2] , uit [woonplaats] , eisers
[naam derde-partij] LLP,gevestigd in [vestigingsplaats]
Inleiding
Het college heeft erkend dat het handhavingsverzoek van eisers ook had moeten worden opgevat als een verzoek om een maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 3.140, tweede lid, van het Activiteitenbesluit op te leggen en dat hij dit in zijn besluitvorming niet heeft onderkend. Om die reden heeft het college tijdens de zitting zijn besluit op bezwaar van 3 mei 2019 ingetrokken. Daarmee is de procedure bij de rechtbank beëindigd.”
In het proces verbaal is door de rechtbank vermeld dat het college de beslissing op bezwaar ter zitting heeft ingetrokken. Dit moet volgens het college zo worden begrepen dat het college heeft verklaard het besluit te zullen intrekken onder de voorwaarde dat alle partijen de gemaakte afspraken nakomen. Formele intrekking van de beslissing op bezwaar kan alleen plaatsvinden door middel van een schriftelijk besluit van het college of moet in ieder geval middels een schriftelijk besluit van het college worden bekrachtigd. Nog daargelaten het feit dat de ambtenaar die het college ter zitting vertegenwoordigde niet gemachtigd was om namens het college de beslissing op bezwaar ter zitting in te trekken.”
Zonder de medewerking van [naam derde-partij] is het niet of nauwelijks mogelijk een nieuw
Anders dan in het proces-verbaal vermeld heeft het college ter zitting nooit de intentie gehad te erkennen dat het handhavingsverzoek van eisers opgevat had moeten worden als verzoek om een maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 3.140 van het Activiteitenbesluit milieubeheer. […]”
Procesrechtelijke overwegingen
Inhoudelijke overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 3 mei 2019;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 174,- aan eisers te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 2.883,-.