ECLI:NL:RBMNE:2021:1644
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering te veel ontvangen WW-, ZW- en TW-uitkeringen
Eiseres was werkzaam als begeleider in de gehandicaptenzorg en ontving vanaf 1 november 2019 een WW-uitkering. Later bleek dat zij gedurende deze periode en ook tijdens een Ziektewet-uitkering (ZW) en Toeslagenwet-uitkering (TW) ten onrechte uitkeringen had ontvangen. Het UWV besloot deze bedragen terug te vorderen omdat eiseres inkomsten had uit arbeid en ziek was gemeld op de eerste werkloosheidsdag.
Eiseres voerde aan dat zij fouten van het UWV niet moest betalen en verzocht om coulance, maar gaf ook aan het teruggevorderde bedrag al te hebben voldaan. De rechtbank stelde vast dat het geschil niet ging over de hoogte van de bedragen, maar over de rechtmatigheid van de terugvordering.
De rechtbank oordeelde dat op grond van beleidsregels en vaste rechtspraak herziening en terugvordering alleen is toegestaan als de verzekerde begreep of redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat hij te veel ontving. Gezien de voorlopige aard van de uitkeringen en de communicatie hierover had eiseres dit kunnen begrijpen. Dringende redenen om af te zien van terugvordering waren niet aannemelijk gemaakt.
Daarom was de terugvordering terecht en werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van te veel ontvangen uitkeringen is terecht.