Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 april 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Utrecht, verweerder(gemachtigde: J. Hillenaar).
Procesverloop
Overwegingen
23 juni 2020 pro forma bezwaar gemaakt. Verweerder moet binnen zes weken beslissen, gerekend vanaf het moment waarop de bezwaartermijn is verstreken
.De bezwaartermijn is opgeschort tot eiser op 8 juli 2020 zijn bezwaargronden heeft aangevuld. Dat staat in artikel 7:10 en Pro 7:13 van de Awb. Zoals verweerder ook heeft erkend in het verweerschrift had hij uiterlijk op 30 september 2020 moeten beslissen. De rechtbank stelt vast dat verweerder op die datum nog niet had beslist. De rechtbank stelt verder vast dat eiser verweerder op
9 oktober 2020 in gebreke heeft gesteld en dat sindsdien twee weken zijn verstreken.
4 december 2019. Dat besluit laat langer op zich wachten. Verweerder vraagt aan de rechtbank om een termijn op te leggen van drie maanden.
Beslissing
.De beslissing is uitgesproken op 1 april 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.