Eiser heeft op 16 januari 2020 een vergunningaanvraag ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weesp. Volgens de wettelijke beslistermijn van zes maanden had verweerder uiterlijk op 16 juli 2020 moeten beslissen. Verweerder heeft echter niet tijdig een besluit genomen.
Eiser heeft verweerder op 21 september 2020 in gebreke gesteld en sindsdien zijn twee weken verstreken zonder dat een besluit is genomen. De rechtbank stelt vast dat het beroep gegrond is en legt een dwangsom op aan verweerder voor de periode van 42 dagen dat de beslistermijn reeds is overschreden, met een maximum van € 1.442,-.
Daarnaast wordt verweerder opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Voor elke dag dat verweerder daarna nog in gebreke blijft, wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd, met een maximum van € 15.000,-.
Verder moet verweerder het door eiser betaalde griffierecht vergoeden en een proceskostenvergoeding van € 262,50,- betalen, aangezien eiser een professionele juridische hulpverlener heeft ingeschakeld en de zaak alleen over de overschrijding van de beslistermijn ging.