ECLI:NL:RBMNE:2021:1676
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen noodbevel met gebiedsverbod na aantreffen handgranaten
Verzoekster ontving een noodbevel met gebiedsverbod voor zes weken nadat handgranaten waren aangetroffen bij haar woning en winkel. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om het noodbevel te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester zich op redelijke gronden kon baseren op informatie van de politie die een concrete en levensbedreigende situatie rechtvaardigt. Het risico op herhaling is aannemelijk omdat nog geen dader is aangehouden.
Verzoekster stelde dat het noodbevel disproportioneel en niet subsidiariteit was, mede omdat zij bescherming wenste en het gebiedsverbod ook haar minderjarige kinderen treft. De voorzieningenrechter achtte het noodbevel passend en proportioneel gezien de ernst van de situatie en beperkte duur en gebiedsafbakening.
De belangen van de kinderen zijn volgens de burgemeester meegewogen, en het gezin kan op aanvaardbare wijze samenleven ondanks tijdelijke verspreiding. Financiële gevolgen zijn niet direct toe te rekenen aan het noodbevel.
De voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft en geen onverwijlde spoed tot schorsing vereist is.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het noodbevel met gebiedsverbod wordt afgewezen en het gebiedsverbod blijft van kracht.