Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 23 maart 2021;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 18 november 2019, genummerd PL0900-2019346114-1, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerde pagina 42-45.
5.BEWEZENVERKLARING
1
op 18 november 2019 te [plaats] , met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, een telefoon (Blackberry Passport) en een portemonnee en een zorgverzekeringspas, die toebehoorden aan [slachtoffer] , heeft weggenomen, terwijl deze diefstal werd vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, door
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
,te vervangen door 60 dagen jeugddetentie bij niet (volledige) of niet juiste voldoening, waarvan 60 uren voorwaardelijk, te vervangen door 30 dagen jeugddetentie bij niet (volledige) of niet juiste voldoening, met aftrek van voorarrest, en oplegging van de algemene en bijzondere voorwaarden, met een proeftijd van één jaar, passend en geboden is.
9.BESLAG
10.BENADEELDE PARTIJ
- Laptop: € 700,-
- Telefoon: € 80,-
- Contant geld: € 20,-
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
bepaalt dat van de taakstraf een gedeelte van 60 uren, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
een proeftijd van één jaarvast;
algemene voorwaardengelden dat verdachte:
bijzondere voorwaardengelden dat verdachte:
- een paar schoenen, merk: Timberland (G2527308);
- een telefoon, goudkleurig, merk: Samsung Galaxy S6 (G2527304).
wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 580,-;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente vanaf 18 november 2019 tot de dag van volledige betaling;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat
- wijst de vordering voor wat betreft € 20,- aan materiële schade af;
- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.