ECLI:NL:RBMNE:2021:174
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning 2018 ongegrond verklaard
In deze bestuursrechtelijke zaak betreft het een beroep van eiser tegen de WOZ-waarde van zijn woning voor het belastingjaar 2018, vastgesteld op € 942.000,-. Verweerder had deze waarde gebaseerd op de aankoopprijs van de woning in augustus 2017, geïndexeerd naar de waardepeildatum 1 januari 2017.
Eiser voerde aan dat de waarde onvoldoende was gemotiveerd en dat verweerder ten onrechte alleen de aankoopprijs gebruikte, terwijl ook andere waarderingsmethoden hadden moeten worden toegepast. Daarnaast stelde eiser dat verweerder zich niet opnieuw mocht beroepen op de verkoopwaarde omdat voor 2019 al overeenstemming was bereikt.
De rechtbank oordeelde dat de motivering van verweerder voldeed aan de wettelijke eisen en dat de waarde van 2018 los stond van die van 2019. De geïndexeerde aankoopprijs werd als een betrouwbaar uitgangspunt beschouwd, ook al lag de aankoopdatum ruim acht maanden na de waardepeildatum. De stelling van eiser over willekeur en ongelijke behandeling faalde omdat hij onvoldoende aannemelijk maakte dat de verkoopprijs bij andere woningen niet als uitgangspunt werd genomen.
De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 942.000,- voor 2018 is ongegrond verklaard.