Op 14 april 2021 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een civiele procedure waarin eiser, slachtoffer van een steekincident in 2010, de gedaagde aansprakelijk stelt voor materiële en immateriële schade.
De rechtbank oordeelt dat de vordering niet is verjaard omdat eiser ten tijde van het incident minderjarig was en de verjaring pas begon te lopen bij zijn meerderjarigheid. Het vonnis van de strafrechter uit 2011, waarin gedaagde is veroordeeld voor poging tot doodslag, heeft dwingende bewijskracht voor de feiten en bevestigt de aansprakelijkheid.
De hoogte van de schade is echter nog onzeker vanwege onduidelijkheid over het causaal verband tussen de steekwond en de psychische klachten van eiser. Daarom wijst de rechtbank een voorschot van €17.500 toe en verwijst zij naar de schadestaatprocedure voor nadere vaststelling van de schade.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank gedaagde tot vergoeding van de proceskosten van de verzetprocedure. Het verstekvonnis van september 2020 wordt vernietigd voor zover het voorschot van €90.000 betreft en voor het overige bekrachtigd.