ECLI:NL:RBMNE:2021:175
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond op terugvordering onverschuldigd betaalde bezoldiging na ontslag politieambtenaar
Eiser, een politieambtenaar, werd op 18 januari 2019 ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim. Na zijn ontslag ontving hij onterecht salaris over de periode van 18 januari tot en met 30 april 2019. Verweerder, de korpschef van politie, vorderde dit bedrag van €7.494,14 terug. Eiser stelde dat hij ziek was en erop mocht vertrouwen dat hij recht had op doorbetaling van zijn bezoldiging op grond van artikel 39 van Pro het Besluit bezoldiging politie (Bbp).
De rechtbank stelde vast dat eiser zich op 14 januari 2019 ziek had gemeld, maar dat hij niet op twee uitnodigingen van de bedrijfsarts was verschenen, waardoor niet kon worden vastgesteld of hij arbeidsongeschikt was ten tijde van zijn ontslag. De rechtbank oordeelde dat dit voor risico van eiser kwam. Bovendien had verweerder nooit een toezegging gedaan dat de bezoldiging na ontslag doorbetaald zou worden.
De rechtbank concludeerde dat de doorbetaling onverschuldigd was en dat verweerder bevoegd was deze terug te vorderen. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter E.E.M. van Abbe op 13 januari 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van onverschuldigd betaalde bezoldiging is ongegrond verklaard.