ECLI:NL:RBMNE:2021:1768

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
30 april 2021
Publicatiedatum
30 april 2021
Zaaknummer
16/171474-19 (ontneming)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in ontnemingsvordering na vrijspraak verdachte

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 16 april 2021 de vordering van het Openbaar Ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tegen verdachte. In de onderliggende strafzaak werd verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde feit, waarop de ontnemingsvordering was gebaseerd.

De officier van justitie verzocht ter terechtzitting om afwijzing van de ontnemingsvordering, terwijl de verdediging stelde dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard moest worden vanwege de vrijspraak. De rechtbank oordeelde dat ontneming alleen mogelijk is bij een strafrechtelijke veroordeling en dat er geen grondslag bestaat voor de vordering na vrijspraak.

Daarom verklaarde de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer op 30 april 2021 in Utrecht.

Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming wegens vrijspraak van verdachte.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/171474-19 (ontneming)
Vonnis van de meervoudige kamer op de vordering van de officier van justitie tot ontneming
in de zaak tegen
[verdachte],
geboren op [2000] te [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] te [woonplaats] ,
(hierna: verdachte).

1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

De vordering is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 16 april 2021.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en de standpunten van officier van justitie mr. J.R.F. Esbir Wildeman en van hetgeen verdachte en mr. A. Boumanjal, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

2.VORDERING

2.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft in de strafzaak met voormeld parketnummer gevorderd dat verdachte integraal wordt vrijgesproken. Hij heeft om die reden ter terechtzitting verzocht de ontnemingsvordering af te wijzen.
2.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft de rechtbank verzocht het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de ontnemingsvordering, gelet op zijn bepleite vrijspraak voor het tenlastegelegde feit.

3.BEOORDELING VAN DE VORDERING

De rechtbank heeft verdachte in de onderliggende strafzaak op 30 april 2021 vrijgesproken van het feit waarop de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel ziet. Er bestaat geen grondslag voor de vordering, nu alleen geld kan worden ontnomen bij een strafrechtelijke veroordeling. De rechtbank zal het Openbaar Ministerie daarom niet-ontvankelijk verklaren in de ontnemingsvordering.

4.BESLISSING

De rechtbank:
- verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.W.B. Snijders Blok, voorzitter, mrs. H.A. Gerritse en C. van de Lustgraaf, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Jaâter, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 april 2021.
Mr. Snijders Blok is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.