ECLI:NL:RBMNE:2021:1770
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak leidt tot niet-ontvankelijkheid in ontnemingsvordering wegens wederrechtelijk verkregen voordeel
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 16 april 2021 de vordering van het Openbaar Ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tegen verdachte. Tijdens de terechtzitting werden de standpunten van zowel de officier van justitie als de verdediging gehoord.
De officier van justitie vorderde vrijspraak van verdachte in de onderliggende strafzaak en verzocht daarom de ontnemingsvordering af te wijzen. De verdediging stelde dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard in de ontnemingsvordering, omdat verdachte was vrijgesproken van het tenlastegelegde feit.
De rechtbank oordeelde dat ontneming alleen mogelijk is bij een strafrechtelijke veroordeling. Nu verdachte was vrijgesproken, ontbrak de grondslag voor de ontnemingsvordering. Daarom verklaarde de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering wegens de vrijspraak van verdachte.