De zaak betreft een voorwaardelijk verzoek van de werkgever, een besloten vennootschap, om de werknemer te veroordelen tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding wegens een te korte opzegtermijn. De werknemer had de arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 31 januari 2020, terwijl volgens de cao opzegging moest plaatsvinden tegen het einde van een vierwekenperiode, in dit geval uiterlijk 23 februari 2020.
De kantonrechter verwijst naar eerdere overwegingen in een gelijktijdig behandelde dagvaardingsprocedure, waarin is vastgesteld dat de werkgever heeft ingestemd met de eerdere beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Hierdoor is er geen sprake van een onregelmatige opzegging door de werknemer.
Op grond hiervan wijst de kantonrechter het verzoek van de werkgever af. Tevens wordt bepaald dat ieder van de partijen de eigen proceskosten draagt, waarbij de werkgever wel het griffierecht moet betalen. De uitspraak is gedaan door kantonrechter M.J. Slootweg op 4 mei 2021.