ECLI:NL:RBMNE:2021:1836
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond verklaard wegens ontvankelijkheid bezwaar ondanks ontbreken machtiging
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de ontvankelijkheid van een bezwaar centraal. Verweerder had het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser niet de kentekenhouder was en geen machtiging had overgelegd. Eiser stelde zich op het standpunt dat hij als feitelijke parkeerder en betaler van de aanslag zelfstandig bezwaar mocht maken op grond van artikel 225, vierde lid, van de gemeentewet.
De rechtbank volgde eiser in zijn standpunt en oordeelde dat het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren onterecht was. De uitspraak op bezwaar van verweerder werd vernietigd en verweerder werd opgedragen binnen zes weken een nieuwe, inhoudelijke beslissing te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan eiser.
Deze uitspraak benadrukt het belang van het zelfstandig bezwaar- en beroepsrecht van de feitelijke parkeerder, ook als deze niet de kentekenhouder is. De procedurekostenvergoeding werd vastgesteld op €525,- vanwege de inschakeling van professionele juridische hulpverlening.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken een nieuwe inhoudelijke beslissing te nemen.