ECLI:NL:RBMNE:2021:1849

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
22 maart 2021
Publicatiedatum
6 mei 2021
Zaaknummer
UTR 20/3232
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 6:7 AwbArt. 6:11 AwbArt. 8:1 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van beroep wegens onbekende identiteit eiser

In deze bestuursrechtelijke procedure heeft een beweerdelijk gemachtigde namens een onbekende eiser beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van de gemeente van 30 juli 2020. De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet voldeed aan de wettelijke eisen, met name het ontbreken van de identiteit van de eiser binnen de beroepstermijn.

De rechtbank verwijst naar vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin is bepaald dat beroep niet kan worden ingesteld namens nog onbekende personen. De identiteit van degene namens wie het beroep wordt ingesteld moet voor het verstrijken van de beroepstermijn kenbaar zijn. In dit geval was de beroepstermijn tot en met 10 september 2020, maar er zijn geen stukken overgelegd waaruit de identiteit van de eiser blijkt.

Omdat dit verzuim niet kan worden hersteld, wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard en niet inhoudelijk behandeld. Er is ook geen aanleiding voor een vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Moed en griffier K.F.K. Hoogbruin op 22 maart 2021 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van de identiteit van de eiser binnen de beroepstermijn.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/3232

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 maart 2021 in de zaak tussen

Onbekende eiser(es),

(beweerdelijk gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels MRE),
en

[verweerder] , verweerder.

Procesverloop

Mr. D.A.N. Bartels MRE (Bartels) heeft beweerdelijk namens onbekende eiser(es) beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van verweerder van 30 juli 2020.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. In het beroepschrift heeft Bartels volstaan met de vermelding dat het beroep is ingesteld namens belanghebbende met daarbij de opmerking dat de gemeente min of meer anoniem uitspraak heeft gedaan, zonder de gegevens van de persoon namens wie hij beroep instelt te vermelden. Het is vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) dat de artikelen 6:5 en 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) er niet toe strekken om het mogelijk te maken beroep in te stellen namens nog onbekende personen. De in artikel 8:1, in samenhang met de artikelen 6:7 en 6:11 van de Awb, neergelegde regeling met betrekking tot de beroepstermijn brengt met zich dat de identiteit van degenen namens wie beroep wordt ingesteld, voor afloop van de beroepstermijn kenbaar moet zijn.
3. In dit geval liep de beroepstermijn tot en met 10 september 2020. Bartels heeft binnen die termijn geen stukken overlegd waaruit de identiteit van degene namens wie hij beroep heeft ingesteld blijkt, zoals een machtiging met daarop de gegevens van eiser(es). De identiteit van eiser(es) was dus niet binnen de beroepstermijn bekend. Het is eveneens vaste rechtspraak van de Afdeling dat een dergelijk verzuim zich niet leent voor herstel. Dat betekent dat het beroep niet-ontvankelijk is.
4. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro). Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.
5. Voor een vergoeding van de proceskosten is geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van
K.F.K. Hoogbruin, griffier. De beslissing is uitgesproken op 22 maart 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.