ECLI:NL:RBMNE:2021:1859
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beëindiging WIA-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Eiser was werkzaam als productiemedewerker/liftmonteur en werd in 2019 volledig arbeidsongeschikt verklaard. Na een herbeoordeling stelde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) vast dat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt is en beëindigde de WIA-uitkering per 15 juni 2020.
Eiser voerde aan dat zijn beperkingen, met name psychische klachten door een oorlogstrauma, onvoldoende waren meegewogen en dat de geduide functies niet passend zijn vanwege de werkomgeving. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde na dossieronderzoek, hoorzitting en overleg met huisarts en GGZ dat de beperkingen juist waren vastgesteld en dat geen urenbeperking nodig was.
De arbeidsdeskundige handhaafde drie passende functies die voldeden aan de minimumeisen en die in een rustige werkomgeving worden uitgevoerd. De rechtbank oordeelde dat de medische en arbeidskundige rapportages zorgvuldig en begrijpelijk zijn en dat eiser onvoldoende medische onderbouwing leverde om het tegendeel aan te tonen.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en is de beëindiging van de WIA-uitkering rechtmatig. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de beëindiging van zijn WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.